[09-10-2012]

Parkeernormen in beweging

Op dit moment kijken gemeenten met veel aandacht naar hun parkeernormen en bijbehorende parkeernormensystematiek. En terecht, want het CROW heeft onlangs de parkeerkencijfers geactualiseerd. Daarnaast heeft het ministerie van I&M de ontwikkelingen rond de juridische vastlegging gepubliceerd. Beiden zijn zaken die effect hebben op het toepassen van parkeernormen. Het is echter belangrijk om een duidelijke parkeervisie te hebben op (grootschalige) ruimtelijke ontwikkelingen in plaats van het lukraak toepassen van parkeernormen. Wie parkeert waar en waarom? En hoe wordt leegstand in bestaande parkeervoorzieningen zoveel mogelijk voorkomen?

Effecten actualisatie parkeerkencijfers CROW

Veel gemeenten baseren hun parkeernormen op de parkeerkencijfers van het CROW. Deze parkeerkencijfers zijn geen wetmatigheid, maar zijn bedoeld als hulpmiddel om gedurende het ontwerpproces rekening te houden met een indicatie van het aantal benodigde parkeerplaatsen. Het CROW heeft per 27 juli 2012 de geactualiseerde parkeerkencijfers gepubliceerd. Belangrijke wijzigingen:

  • De stedelijke zone Buitengebied is toegevoegd. Hierdoor zijn nu ook parkeerkencijfers bruikbaar bij ruimtelijke ontwikkelingen in het Buitengebied.
  • De hoofdcategorie Wonen kent een zeer grote splitsing in type woningen in zowel de huur- als koopsector; van vrijstaande koopwoning, etagewoningen (huur- en koop) tot studentenkamers (huur).
  • De hoofdcategorie Winkelen/Boodschappen is ook nader uitgesplitst in hoofdwinkelgebieden afhankelijk van het aantal inwoners, diverse grootte wijkwinkelcentra en een legio aan supermarkten (afhankelijk van prijsklasse productassortiment).
  • Diverse parkeerkencijfers zijn (soms fors) verhoogd door uitsplitsing, zoals de verschillende supermarkttypen en (wijk)winkelcentra. 
  • Er worden binnen de parkeerkencijfers grotere marges gehanteerd tussen minimumcijfers en maximumcijfers.
  • Enkele rekeneenheden zijn veranderd (bijvoorbeeld voor theater/bioscoop: van zitplaatsen naar ‘per 100 m2 bruto vloeroppervlak’).

Doordat het CROW nu veel meer functies heeft voorzien van parkeerkencijfers met grotere marges tussen de minimum- en maximumparkeerkencijfers, wordt de noodzaak voor gemeenten groter om een eigen visie op parkeernormen vast te leggen in een nota parkeernormen. De parkeerkencijfers bieden daarvoor nog steeds goede handvatten, maar door de grotere marges kan het zonder meer toepassen van een maximumparkeerkencijfer bijvoorbeeld leiden tot een groter aantal benodigde parkeerplaatsen. Afhankelijk van de functies kan dat een forse toename zijn. Zeker in deze economisch moeilijkere tijden, waarbij investeringen in ruimtelijke ontwikkelingen niet vanzelfsprekend zijn, is een grote parkeeropgave vaak niet te realiseren door de hoge exploitatiekosten. Daarnaast leidt een (te) groot aantal parkeerplaatsen tot een toename van het autoverkeer. Dan hebben we het nog niet eens over de leegstand in parkeergarages in de grote steden. 

Leegstand parkeergarages grote steden

In de grote steden als Amsterdam en Rotterdam komt het veelvuldig voor dat in onlangs opgeleverde parkeervoorzieningen onvoldoende gebruikt worden. Deze, vaak gebouwde, parkeervoorzieningen zijn forse investeringen waarbij het van belang is, dat de juiste doelgroepen gebruik kunnen of moeten maken van de parkeervoorziening. Vaak komt deze ‘leegstand’ voor bij stallingsgarages onder appartementen. Een mogelijke oorzaak is het onvoldoende inzicht hebben in het daadwerkelijk autobezit van de toekomstige of terugkerende bewoners, waardoor soms te veel parkeerplaatsen worden aangelegd. Het overschot aan parkeerplaatsen staat vervolgens leeg en kost geld. Een andere oorzaak is het ontbreken van de koppeling tussen het kopen of huren van het appartement en het gebruiken van een parkeerplaats. Iets waarover in deze tijd veel discussie heerst tussen projectontwikkelaars die de appartementen verkoopbaar willen houden en de gemeente die geen parkeerprobleem op straat wil hebben. Ook deze koppeling kan beschreven worden in een nota parkeernormen. 

Van toepassen parkeernormen naar gebiedsvisie op parkeren 

Bij grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen als het herontwikkelen van centrumgebieden, stationslocaties of complete woonwijken is het goed om in te schatten wat de parkeervraag is. Hiervoor biedt de gemeentelijke nota parkeernormen een goede basis. Alleen blijft de vraag op welke wijze de parkeervoorzieningen worden gerealiseerd: maaiveldparkeren, gebouwde parkeervoorzieningen, ondergronds of niet? Deze keuze is afhankelijk van de parkeervraag die opgevangen moet worden. Hierbij is het belangrijk om te weten wie in het plangebied komt parkeren. Kortom: de parkeervraag dient onderverdeeld te worden in doelgroepen, te weten bewoners, bezoekers (zakelijk en sociaal) of werknemers/ondernemers. Elke doelgroep heeft immers een ander parkeergedrag en heeft andere parkeerwensen. Een bezoeker parkeert vaak kortdurend, maar wil graag dichtbij de voorziening parkeren en is bereid daarvoor te betalen. Een werknemer vindt het minder erg om langdurig op acceptabele afstand te parkeren als men hiervoor maar niet hoeft te betalen. De parkeervraag van iedere doelgroep in combinatie met de fysieke ruimte bepaalt de technische en financiële haalbaarheid van parkeervoorzieningen binnen bijvoorbeeld een centrumplan. Wanneer veel bezoekers in een centrumgebied parkeren is een centrale gebouwde parkeervoorziening eerder haalbaar, omdat de investering sneller wordt terugverdiend door betalende bezoekers. 

Aandachtspunten gebiedsvisie parkeren bij ruimtelijke ontwikkelingen

  • Bepalen parkeervraag van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen op basis van gemeentelijke nota parkeernormen.
  • Bepalen verdeling parkeervraag over de parkerende doelgroepen.
  • Betrekken directe omgeving plangebied bij de parkeervisie. Wellicht zijn bestaande parkeerlocaties beter te benutten. Bijvoorbeeld als overloopgebied voor langparkeerders.
  • Bepalen financiële haalbaarheid parkeervoorziening op basis van inkomsten uit bezoekersparkeren en/of uit vergunningen voor werknemers en bewoners. Hierbij moet rekening worden gehouden dat op maaiveld waarschijnlijk ook een vorm van parkeerregulering moet worden ingevoerd. Afstemming tussen maaiveldparkeren en gebouwde parkeervoorzieningen (bijvoorbeeld tariefstelling) is essentieel. 

Gemeentelijk vastgestelde parkeernormen, al dan niet met de nieuwe parkeerkencijfers van het CROW als uitgangspunt, bieden daarom een goede ‘op maat’ basis voor een gebiedsvisie op parkeren. 

Juridische verankering parkeernormen

Door de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 zijn er wijzigingen gaande op de vastlegging van parkeernormen als onderdeel van de stedenbouwkundige bepalingen uit de Bouwverordening. Conform artikel 8.17B van de invoeringswet Wro mogen Bouwverordeningen geen stedenbouwkundige bepalingen (o.a. eisen voor voldoende parkeergelegenheid) meer bevatten. Daarmee moeten parkeernormen in het bestemmingsplan worden geregeld. De vorm over het regelen van voldoende parkeergelegenheid bij ruimtelijke ontwikkelingen in het bestemmingsplan is inmiddels bekend geworden. Het ministerie van I&M geeft aan, dat gemeenten de mogelijkheid krijgen om een ‘voorwaardelijke verplichting’ op te nemen in de regels van het bestemmingsplan. Een voorwaardelijke verplichting beschrijft de plicht om bij een bepaald gebruik, bepaalde voorzieningen te treffen. Wanneer het ‘gebruik’ inhoudt dat meer parkeerplaatsen benodigd zijn (conform de beleidsregels van de gemeente – nota parkeernormen) heeft de initiatiefnemer de plicht deze aan te leggen. Hiermee komt de flexibiliteit die de Bouwverordening had nu terug in het bestemmingsplan. Totdat het besluit op de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening is genomen met inachtneming van een overgangstermijn van vijf jaar, blijft de toepassing van de Bouwverordening mogelijk. 


 
Mobycon | Postbus 2873 | 2601 CW Delft | t (015) 214 78 99 | info@mobycon.nl |www.mobycon.nl |